Page tree

Het Vlaamse beleid educatie voor duurzame ontwikkeling is vooral ontstaan onder impuls van het internationale beleid van de Verenigde Naties. Daarnaast is het Vlaamse EDO-beleid ook verankerd in Vlaamse beleidsdocumenten, zoals in het Vlaams decreet duurzame ontwikkeling en de vakoverschrijdende eindtermen.


Vlaams decreet duurzame ontwikkeling

Het Vlaams Decreet Duurzame Ontwikkeling bepaalt dat duurzame ontwikkeling een inclusief, participatief en gecoördineerd proces is. Volgens art. 4 4° voorziet de Vlaamse Regering minstens in de vertaling van het Europees en het Internationaal beleid inzake duurzame ontwikkeling naar het Vlaamse beleid.

Vlaams implementatieplan EDO (2009-2015)

In het kader van de UNECE-strategie werkte het EDO-platform aan een Vlaams implementatieplan voor EDO.  Dit plan werd, samen met een projectfiche onder de toenmalige Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling, op 15 mei 2009 goedgekeurd door de Vlaamse Regering.

Het eerste deel van het implementatieplan beschreef de internationale en Vlaamse beleidscontext voor EDO. Deel II ging in op de zes objectieven van de UNECE-strategie. In deel III werden deze maatregelen gebundeld in 7 concrete acties om EDO meer ingang te laten vinden in het formele, niet-formele en informele leren in Vlaanderen: 

  • Actie 1: Het EDO-overlegplatform als coördinerend orgaan
  • Actie 2: Een EDO-coördinatiecel
  • Actie 3: Procesbegeleiding als impuls voor visieontwikkeling en professionalisering
  • Actie 4: EDO stimuleren via bestaande beleids- en regelgevingskaders
  • Actie 5: EDO stimuleren met financiële beleidsinstrumenten
  • Actie 6: EDO stimuleren door vorming en nascholing
  • Actie 7: EDO stimuleren met educatief materiaal

De VLOR en de Minaraad formuleerden een gezamenlijk advies over EDO in het leerplichtonderwijs en de Minaraad bracht daarenboven een advies uit over ‘de organisatorische en beleidsmatige inschakeling en afstemming van natuur- en milieueducatie in de beleidsontwikkelingen rond EDO’.

Het ontwerp van Vlaams Implementatieplan EDO werd op basis van een derde advies van de Minaraad nog verder geconcretiseerd.

In de tweede Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling werd EDO opgenomen onder het holistisch kennis- en leersysteem. Daarin werden een aantal acties prioritair naar voor geschoven: het EDO-overlegplatform van actoren, een EDO-coördinatie met procesbegeleiding, het integreren van EDO in eindtermen en competentieprofielen en het oprichten en ondersteunen van lerende netwerken met betrekking tot EDO.

Vlaamse invulling van het Global Action Programme on Education for Sustainable Development (2015-2030)

In Vlaanderen is er de voorbije jaren door heel wat diensten, organisaties en overheden invulling gegeven aan het VN-decennium van Educatie voor Duurzame Ontwikkeling. De geleverde inspanningen worden verder versterkt door een sterke en ambitieuze implementatie van het Global Action Programme (UNESCO) in Vlaanderen.

In een beleidsseminarie in 2016 werd onder impuls van het EDO-platform, samen met diverse EDO-partners een Vlaamse invulling van het Global Action Programme (GAP) on Education for Sustainable Development uitgeschreven. Daarmee knoopt Vlaanderen aan bij de internationale doelstellingen en prioritaire acties, zoals hieronder schematisch weergegeven.

Schematische voorstelling prioritaire actieterreinen voor EDO in Vlaanderen

We kiezen ervoor om prioritair in te zetten op ‘capacity building’ (P.A. 3).  Het is voor educatoren allesbehalve makkelijk om met complexe duurzaamheidskwesties aan de slag te gaan. Net daarom is ‘capacity building’ een belangrijke motor om een transitie naar een meer duurzame samenleving op gang te brengen.

Ondersteunend en verweven met P.A. 3 wil Vlaanderen ook inzetten op de context waarin educatoren, trainers, nascholers, leerkrachten, docenten, begeleiders, jeugdwerkers… aan de slag gaan met EDO  (P.A. 2 Transforming learning and training environments). Het komt erop neer organisaties te begeleiden om tot een ‘whole insitution approach’ te komen waar een constante dialoog gevoerd wordt tussen EDO-beleid en EDO-praktijk vanuit een onderzoekende houding.

Daarnaast worden arena's opgezocht waar de jeugd actief is. Jongeren moeten de ruimte en de tijd krijgen om zelf actie te ondernemen om hun ideeën echt uit te voeren (P.A. 4 Empowering and mobilizing youth).

In heel wat lokale gemeenschappen en buurten worden lokale duurzaamheidskwesties aangepakt, nieuwe perspectieven worden ontwikkeld, alternatieve paden worden bewandeld. Op dat moment wordt collectief geleerd hoe de samenleving mee vorm te geven. Vanuit Vlaanderen willen we dit soort initiatieven ondersteunen en beter leren begrijpen om duurzame oplossingen op een lokale schaal te versnellen (P.A. 5 Accelerating sustainable solutions at local level). Deze initiatieven bieden ook kansen om vanuit een formele leercontext los te komen en engagement op te pakken in de buurt.

Om dit alles te laten slagen is een visionair en ondersteunend beleid nodig. P.A. 1 (Advancing Policy) moet de voedingsbodem zijn om de uitwerking van de andere prioriteiten, praktijk en onderzoek niet alleen mogelijk te maken, maar ook te bevorderen. 

 

In juni 2016 sprak Vlaams minister voor Omgeving, Natuur en Landbouw Joke Schauvliege in een videoboodschap haar engagement uit voor de Vlaamse invulling van het GAP on ESD.


Contacteer ons

Milieuvorming en -educatie
Koning Albert II-laan 20, bus 8
1000 Brussel